Română (România)English (United Kingdom)Italian - ItalyFrench (Fr)Nederlands - nl-NL

Facebook

Vizitatori

451715
AstaziAstazi114
IeriIeri423
Saptamana aceastaSaptamana aceasta1505
Luna aceastaLuna aceasta3878
TotalTotal451715
54.145.16.43
US
UNITED STATES
US
Vizitatori 20

This page uses the IP-to-Country Database provided by WebHosting.Info (http://www.webhosting.info), available from http://ip-to-country.webhosting.info

ROEMEENSE KARPATISCHE HERDERSHOND
FCI-Standaard nr. 350 / 13. 07. 2005
CIOBANESC ROMANESC CARPATIN
(Chien de berger roumain des Carpathes "Carpatin")
VERTALING:
HERKOMST: Roemenië.
PUBLICATIE DATUM VAN DE GELDIGE, ORIGINELE STANDAARD: 06.07.2005.
GEBRUIKSDOEL: Herdershond die al eeuwenlang door Roemeense herders in de Karpaten word gebruikt om hun kuddes te verdedigen, tegelijkertijd is het een uitstekende waakhond.
CLASSIFICATIE F.C.I. : Groep  1 Herdershonden en Veedrijvers (uitgezonderd Zwitserse Sennenhonden).
Sectie 1 Herdershonden.
Zonder werkproef.
KORT HISTORISCH OVERZICHT: De Roemeense Karpatische Herdershond werd geselecteerd uit een inheems ras wat aanwezig aanwezig was in het Karpaten-Donau-gebied. Al eeuwen is het belangrijkste criteria voor de selectie het gebruiksdoel als eerder beschreven, daardoor heeft dit ras tot op heden zijn karakter behouden.
De eerste rasstandaard werd geschreven in 1934 door het Nationaal Instituut voor Zoötechniek. Deze standaard werd gewijzigd en bijgewerkt in 1982, 1999 en 2001 door de Roemeense Kynologen Vereniging. De Technische Commissie van de R.C.A. (Roemeense Raad van Beheer) erkende de standaard op 30.03.2002 om tevens te voldoen aan de voorwaarden van het FCI.
ALGEMEEN VOORKOMEN: Relatief groot formaat hond, behendig, nooit zwaar, het algemene uiterlijk is dat van een krachtige hond. Het lichaam is rechthoekig, het kruis is breed, licht hellend, de borst is groot en diep, de schouder lang en licht hellend. Geslachtsonderscheid is goed definieerbaar, de reuen moeten groter en sterker zijn  dan de teven. 
BELANGRIJKE VERHOUDINGS KENMERKEN:
· De lengte van de schedel betreft iets meer dan, of is gelijk aan de helft van de totale lengte van het hoofd.
· De lengte van het lichaam betreft altijd meer dan de schofthoogte. Bij teven mag de lumbale (lende) zone een beetje langer zijn.
· De diepte van de borst komt min of meer overheen met de helft van de schofthoogte.
GEDRAG/TEMPERAMENT: Een natuurlijke bewaker en moedig, hij onderscheidt zich door zijn instinctieve en onvoorwaardelijke loyaliteit aan de kudde en zijn baas. Hij is een waardige, kalme en stabiele hond.

HOOFD: Lupoid type (wolfachtige).
SCHEDEL:
De Karpatische Herdershond heeft een schedel van het mesocephalische type (gemiddelde breedte/lengte verhouding), met een krachtig maar niet zwaar hoofd. Het voorhoofd is breed en licht gewelfd, breder tussen de oren en geleidelijk nauwer naar de stop. De voorhoofdsgroef is relatief lang en goed gedefinieerd. 
STOP:
Matig, nooit te geprononceerd noch te discreet.  
SNUIT GEDEELTE:
 
Neus:
Groot, breed en altijd zwart.
Snuit:
Krachtig, min of meer ovaal, licht afgeknotte kegelvormig. De lengte van de snuit is iets minder dan, of gelijk aan die van de schedel.
Lippen: Dik, goed gepigmenteerd, strak en goed gesloten bij de mondhoeken.
Kaken / gebit:
Sterk, stevige en rechte kaken. Krachtig gebit, schaargebit met de snijtanden licht afgerond.
Wangen: Slank, met  sterke, maar nooit prominent aanwezige wangspieren. De huid is strak. 
Ogen: amandelvormig, iets schuin, niet te groot in vergelijking met de grootte van de schedel, kleur donker bruin. Noch uitpuilend, noch diepliggend in de oogkassen. De oogleden zijn zwart, en omsluiten de oogbol nauw.
Oren: Niet te groot, driehoekig, iets hogere aanzet dan de ooglijn, met de punt licht afgerond, dicht tegen de wang.
HALS: gespierd, zeer sterk, van gemiddelde lengte met een verhouding van een horizontale hoek van ongeveer 50 °.
LICHAAM:
Krachtig, goed ontwikkeld, iets rechthoekig.  
Bovenlijn:
Recht en stevig.
Schoft:
Slechts weinig uitstekend.  
Rug:
van gemiddelde lengte, recht, solide en gespierd. 
Lendenen: Krachtig, gespierd, maar niet te breed, van gemiddelde lengte, niet te lang (de bovenbelijning zou niet stevig genoeg) ook niet te kort.
Kruis: breed en gespierd, van gemiddelde lengte, licht hellend, nooit wegvallend.
Borst: Goed ontwikkeld, diep, tot aan de ellebogen, relatief breed. Sterke ribben, goed gewelfd, nooit cilindervormig.   
Buik/onderlijn: Matig stijgend, buik opgetrokken, maar nooit ingetrokken of hangend.
STAART: relatief hoge aanzet, bossige , dikbehaarde vacht. In rust laag gedragen, recht of licht gebogen, reikend tot aan de hak. Als de hond alert is of in actie, wordt de staart naar boven gedragen, mogelijk zelfs hoger dan de bovenlijn maar nooit liggend op, of over de rug krullend.
LEDEMATEN: 
VOORHAND:
Sterke botten.
Aanzicht:
Gezien vanaf de voorzijde of van opzij, stijl en loodrechte stand op de grond.
Schouder:
Krachtig, matig hellend.
Elleboog:
dicht tegen het lichaam, noch naar binnen noch naar buiten.
Onderarm:
recht, zeer krachtig, met een ovale doorsnede.
Middenhand (pols):
kort, licht hellend. 
Voorvoet: Ovaal, massief, compact. 
ACHTERHAND: Recht. Gespierd met sterke botten en goed gehoekt.
Bovenbeen:
Breed, zeer gespierd. 
Onderbeen: Krachtig, gespierd, van middelmatige lengte.
Hak:
Solide, stevig, niet te hoog (zichtbare accentuering van de knie, gehoekt), noch te laag.
Middelvoet
: (achter middenvoet): Solide, verticaal.
Voeten:
Ovaal, goed ontwikkeld en compact, iets kleiner  dan de voorvoeten. Tenen gebogen en nauw. Hubertusklauwen, indien aanwezig, moeten verwijderd worden, behalve in landen waar verwijdering  verboden is door de wet. De kussens zijn veerkrachtig en sterk. 
GANGWERK/BEWEGING:
Vrije, ver reikende gang. Krachtige en regelmatige draf. In actiezijn de ledematen parallel.HUID: Asgrijze pigmentatie. De neus, de oogranden en de lippen moeten zwart zijn. Asgrijs of zwart is de voorkeur kleur voor de nagels.
VACHT: 
BEHARING: De vacht is ruw, dicht, dik en recht. De ondervacht is dicht, dik en zacht. Met uitzondering van het hoofd en het voorste deel van de ledematen, waar de vacht kort en vlak is, de vacht, van gemiddelde lengte, is overvloedig over het hele lichaam. Op de hals, de achterkant van de ledematen en de staart is de vacht langer - overvloedige vacht op deze onderdelen zijn typerend.
KLEUR: Bleek lichtbruin bedekt met zwart (wolf-grijs) in verschillende tinten, vaak lichter op de flanken en donkerder op het bovenste deel van het lichaam. Bleek lichtbruin bedekt met zwart (wolf-grijs) met witte vlekken; bij voorkeur niet overheersend.
MAAT EN GEWICHT:
Schofthoogte:
 
Reu: ideale schofthoogte 65 tot 73 cm.
Teef: ideale schofthoogte 59 tot 67 cm. 
Maar de algehele indruk is altijd belangrijker. 
Gewicht: In harmonie met de grootte, waardoor het dier overkomt als een krachtige, maar niet zware hond.
FOUTEN: Elke afwijking van de voorgaande punten moet worden beschouwd als een fout en de ernst van de fout moet in de juiste verhouding, afhankelijk van de gradatie, beoordeeld worden.
ERNSTIGE FOUTEN:
 
· Alle afwijkingen van de voorafgaande punten en die het gebruiksdoel belemmeren.
· Zwakke of te zware constructie.
· Ogen te licht van kleur. 
· Extreem hangende onderste oogleden, waardoor de oogbol grotendeels zichtbaar is. Te vlezige lippen en hangende delen.
· Ver afwijkende pigmentatie fouten.
· Extreem langwerpig lichaam (meer dan 10%) en een vierkant lichaam.
UITSLUITENDE FOUTEN:
 
· Agressief, overdreven terughoudend of lusteloos. 
· Duidelijk afwijkend uiterlijk met molosser kenmerken. 
· Ontbreken van een PM3 en een andere tand, het ontbreken van een hoektand, het ontbreken van een PM4, het ontbreken van een kies of afwezigheid van drie of meer tanden (behalve PM1). 
· Boven-of onderbeet of tanggebit.   
· Zeer lichte botten. 
· Onvoldoende ontwikkelde borst. 
· Gebrek aan ondervacht, vacht anders dan kort op het hoofd en de voorkant van ledematen, krullende of borstelige vacht, draad vacht, lange vacht, slappe vacht, zijdeachtige vacht, de vorming van een duidelijke midden scheiding langs de ruggengraat.
· Aanzienlijk gebrek aan pigmentatie van de oogleden, de neus, de huid en de lippen. Loensende ogen. · Kleur: bruin, gestroomd, geel of gevlekt in deze kleuren.
· Reuen kleiner dan 62 cm, teven kleiner dan 58 cm.
Elke hond die duidelijk fysieke of gedragsafwijkingen toont moet worden gediskwalificeerd.
N.B. :
Reuen moeten twee normale, volledig ingedaalde testikels hebben in het scrotum.